Alcoholslot verplicht vanaf 1,8 promille (art. 10, 12, 13 en 26 Verzamelwet Verkeersveiligheid)

Vanaf 1 juli 2018 zijn rechters verplicht om een alcoholslot op te leggen aan bestuurders met een alcoholconcentratie van 1,8 promille (0,78 mg/l uitgeademde alveolaire lucht) of meer in het bloed, tenzij ze uitdrukkelijk motiveren waarom ze die straf niet opportuun vinden voor de betrokkene. Voor recidivisten ligt de grens op 1,2 promille (0,50 mg/l UAL), zonder mogelijkheid tot afwijken. Het alcoholslot wordt daarmee de regel, eerder dan de uitzondering. Voor professionele bestuurders is het wel mogelijk om het alcoholslot alleen op te leggen in hun privéwagen.

De Wegverkeerswet laat rechters op dit moment volledig vrij in de beslissing om al dan niet een alcoholslot op te leggen. En dat blijkt weinig succesvol. Rechters blijken in de praktijk amper te kiezen voor het alcoholslot aangezien veroordeelde overtreders al te vaak beslissen om het slot uiteindelijk niet in hun voertuig te laten installeren, vooral omdat het te duur is. Maar ook omdat het omkaderingsprogramma te zwaar is of omdat ze vrezen hun job te verliezen.

De wetgever gelooft echter in de impact van het alcoholslot op de verkeersveiligheid en verandert de invalshoek mét de nodige garanties voor werknemers.

Huidige situatie

Momenteel kan een rechter een alcoholslot opleggen gedurende 1 tot 5 jaar of voorgoed, aan verkeersovertreders met een alcoholgehalte vanaf 0,8 promille (0,35 mg/l UAL), aan overtreders in staat van dronkenschap of in staat van herhaling. Kiest de rechter voor een alcoholslot, dan mag hij geen definitief rijverbod opleggen. Bovendien moet de overtreder die het alcoholslot laat installeren, voldoen aan een aantal voorwaarden: een omkaderingsprogramma volgen, zijn rijbewijs laten coderen, het alcoholslot op regelmatige tijdstippen laten uitlezen bij een erkend dienstencentrum, de kosten betalen, enz.

Artikel 37/1 van de Wegverkeerswet stelt meer concreet het volgende: 'in geval van een veroordeling wegens overtreding van de artikelen 34, § 2, 35 of 36 kan de rechter, indien hij geen definitief verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig uitspreekt, voor een minimale periode van één jaar tot ten hoogste vijf jaar of voorgoed, de geldigheid van het rijbewijs van de overtreder beperken tot motorvoertuigen die uitgerust zijn met een alcoholslot op voorwaarde dat deze als bestuurder voldoet aan de voorwaarden van het in artikel 61quinquies, § 3 bedoelde omkaderingsprogramma. De rechter kan de geldboete verminderen met de volledige of gedeeltelijke kosten van de installatie en het gebruik van een alcoholslot in een voertuig evenals de kosten van het omkaderingsprogramma, zonder dat ze minder dan één euro mag bedragen'.

Vanaf 1 juli 2018

De situatie ziet er vanaf 1 juli 2018 enigszins anders uit. Bij lichte alcoholintoxicatie vanaf 0,8 promille (0,35 mg/l UAL), zal de rechter nog steeds kunnen kiezen of hij al dan niet een alcoholslot oplegt. Maar vanaf 1,8 promille (0,78 mg/l UAL) is hij in principe verplicht om altijd een alcoholslot op te leggen, tenzij hij meent dat dit geen adequate sanctie is voor de betrokkene. Die beslissing om af te wijken van de algemene verplichting zal altijd uitdrukkelijk moeten worden gemotiveerd.

Maar wat houdt die regeling precies in?

Lichte alcoholintoxicatie

Rechters kunnen bij een veroordeling wegens overtreding van artikel 34§2, artikel 35 in geval van dronkenschap of artikel 36 van de Wegverkeerswet de geldigheid van het rijbewijs beperken tot motorvoertuigen die met een alcoholslot zijn uitgerust. En dat voor een periode van minstens 1 jaar tot maximum 3 jaar, of levenslang.

Merk dus op dat de huidige maximumduur van 5 jaar of voorgoed wordt ingeperkt. Uit de evaluatie van Vias institute (het vroegere BIVV, tot nu toe de enige erkende omkaderingsinstelling), bleek immers dat de deelnemers een termijn van 5 jaar demotiverend lang en duur vinden. Bovendien kunnen de resultaten ook binnen een kortere termijn worden bereikt.

De andere voorwaarden van het omkaderingsprogramma blijven ongewijzigd bestaan.

Geen alcoholslot mogelijk bij ongeschiktheid om te rijden

Er kan geen alcoholslot worden opgelegd wanneer, naar aanleiding van een veroordeling of opschorting van straf of internering wegens overtreding van de politie over het wegverkeer of wegens een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijk toedoen van de dader, de schuldige lichamelijk of geestelijk ongeschikt wordt bevonden tot het besturen van een motorvoertuig.

In dat geval moet een rijverbod worden opgelegd. De uitspraak van dit verval van het recht tot sturen is mogelijk in elke graad van veroordeling, ongeacht wie het rechtsmiddel heeft ingesteld. De duur is afhankelijk van het bewijs dat de betrokkene niet meer ongeschikt is om een motorvoertuig te besturen.

De betrokkene kan vanaf 6 maanden na de uitspraak een herziening van de beslissing vragen. Dat kan via een aan het openbaar ministerie gericht verzoekschrift voor het gerecht dat het verval heeft uitgesproken. Tegen de uitspraak van dit gerecht staat geen hoger beroep open. Wordt het verzoek afgewezen, dan kan pas 6 maanden later een nieuw verzoekschrift worden ingediend.

Zware alcoholintoxicatie

Bij overtredingen waarbij de bestuurder een alcoholconcentratie van minstens 1,8 promille in het bloed heeft (0,78 mg/l UAL), dan is de rechter verplicht om het rijbewijs van de betrokkene te beperken tot voertuigen die met een alcoholslot zijn uitgerust.

Gaat het om een eerste feit, dan kan de rechter van deze verplichting afwijken mits de nodige, expliciete motivering. In dat geval valt hij terug op het bestaande straffenarsenaal, namelijk een boete tussen 200 en 2.000 euro (artikel 34 §2), een facultatief verval (art. 38 §1) of - in geval van onopzettelijke doodslag - een verplicht verval met herstelexamens (art. 38 §2).

Recidive

In geval van recidive kan de rechter niet afwijken van de verplichting om een alcoholslot op te leggen. Bestuurders die binnen de 3 jaar opnieuw worden veroordeeld, krijgen hoe dan ook een alcoholslot vanaf het moment dat een alcoholconcentratie van 1,2 promille of meer in het bloed wordt vastgesteld (0,50 mg/l UAL).

Daarbovenop moet de rechter vanaf 1 juli 2018 ook altijd de 4 herstelexamens én een periode van minstens 3 maanden vervallenverklaring opleggen.

Bescherming werknemer

Zowel bij veroordelingen wegens lichte alcoholintoxicatie als bij veroordelingen wegens zware alcoholintoxicatie kan de rechter het alcoholslot voortaan uitsluiten voor één of meerdere voertuigcategorieën (behalve voor de categorie waarmee de overtreding werd begaan). Een maatregel die in eerste instantie professionele bestuurders moet beschermen. Een bus- of vrachtwagenchauffeur kan op die manier immers veroordeeld worden om te rijden met een alcoholslot in zijn personenvoertuig maar niet als hij een bus of vrachtwagen bestuurt.

Rijbewijs met code 69 of rijbewijs bij griffie

Wie veroordeeld wordt tot een alcoholslot, krijgt code 69 op zijn rijbewijs. Kiest een veroordeelde er echter voor om geen alcoholslot te laten installeren in zijn voertuig, maar het openbaar vervoer of de fiets te gebruiken, dan wordt het rijbewijs niet aangepast. De betrokkene moet in dat geval zijn rijbewijs gaan afgeven op de griffie van de rechtbank. Er is dan wel sprake van 'feitelijk verval' omdat de betrokkene niet meer over zijn rijbewijs beschikt voor de periode dat hij normaal gezien met het alcoholslot had moeten rijden.

Schematisch overzicht

Bestraffing bij overtreding alcoholslot

Wie veroordeeld is tot een alcoholslot, maar wordt betrapt op rijden zonder alcoholslot, zal voortaan minder hard worden aangepakt. Nu riskeer je een gevangenisstraf van 1 maand tot 5 jaar én een rijverbod van 1 tot maximum 5 jaar of voorgoed. Vanaf 1 juli 2018 riskeer je een gevangenisstraf van 15 dagen tot 2 jaar en een geldboete van 500 tot 2.000 euro (of één van die straffen) én een rijverbod voor een periode die minstens even lang is als de periode waarin de geldigheid van het rijbewijs werd beperkt.

Deze straffen worden ook opgelegd aan bestuurders die niet voldoen aan de voorwaarden van het omkaderingsprogramma.

Bron: Wet van 6 maart 2018 ter verbetering van de verkeersveiligheid, BS 15 maart 2018. (art. 10, 12, 13 en 26 Verzamelwet Verkeersveiligheid)

News

Vlaamse sociale bescherming overkoepelt drie zorguitkeringen version[@language='en' and @version='published']
Vlaanderen bundelt drie zorgtegemoetkomingen onder de noemer Vlaamse sociale bescherming. Het gaat om de Vlaamse zorgverzekering, de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden en het ...  Read more
Fonds voor arbeidsongevallen wordt 'Federaal agentschap voor beroepsrisico's' version[@language='en' and @version='published']
Er komt een fusie van het Fonds voor arbeidsongevallen (FAO) en het Fonds voor de beroepsziekten (FBZ). Het FBZ verdwijnt en wordt ge´ntegreerd in het FAO dat behouden blijft. Enkel de benaming ...  Read more
Klachtensysteem en administratieve geldboetes bij inbreuken op passagiersrechten zee- en binnenvaartversion[@language='en' and @version='published']
Sinds 18 december 2012 hebben passagiers die over de zee of de binnenwateren reizen, recht op informatie, bijstand en vergoedingen bij annulering of vertragingen. Een gevolg van Europese Verordening ...  Read more
search news